Wetenschappers ontdekken meer nieuwe soorten dan ooit tevoren
Het tempo waarin nieuwe planten en dieren worden gevonden ligt verrassend hoog, en er lijkt voorlopig geen rem op te zitten.

Een recordtempo aan ontdekkingen
Er worden wereldwijd sneller dan ooit nieuwe soorten ontdekt. Uit een recente studie blijkt dat wetenschappers jaarlijks meer dan 16.000 nieuwe soorten beschrijven. En opvallend: dit aantal blijft stijgen. De verwachting dat we “bijna alles wel kennen” blijkt simpelweg niet te kloppen.
Onderzoekers zien zelfs aanwijzingen dat de biodiversiteit binnen verschillende groepen, zoals planten, schimmels, spinachtigen, vissen en amfibieën, veel groter is dan tot nu toe werd aangenomen. De aarde zit dus nog altijd vol onbekend leven.
In de voetsporen van Linnaeus
Zo’n driehonderd jaar geleden begon de Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus aan een enorme taak: het in kaart brengen en benoemen van al het leven op aarde. Hij introduceerde het binomiale naamgevingssysteem, waarbij elke soort een geslachts- en soortnaam krijgt. Daarmee legde hij de basis voor de moderne taxonomie.
Linnaeus beschreef zelf meer dan 10.000 planten- en diersoorten. Destijds leek dat een bijna onvoorstelbare hoeveelheid. Inmiddels weten we dat dit nog maar een fractie was van wat er daadwerkelijk leeft.
Meer soorten dan gedacht
Onderzoekers van de Universiteit van Arizona analyseerden de taxonomische geschiedenis van ongeveer twee miljoen bekende soorten, verspreid over alle grote groepen organismen. Hun conclusie, gepubliceerd in Science Advances, is helder: maar liefst 15 procent van alle momenteel bekende soorten is pas in de afgelopen twintig jaar ontdekt.
“Er wordt vaak gedacht dat het tempo van ontdekkingen afneemt,” zegt professor John Wiens, hoofdauteur van de studie. “Dat zou betekenen dat we dicht bij een compleet overzicht van het leven op aarde zitten. Maar onze data laten juist het tegenovergestelde zien.”
De cijfers op een rij
Tussen 2015 en 2020 ontdekten wetenschappers gemiddeld meer dan 16.000 nieuwe soorten per jaar. Daarvan waren ruim 10.000 dieren, vooral geleedpotigen zoals insecten en spinnen. Daarnaast ging het om ongeveer 2.500 planten en 2.000 schimmels per jaar.
Het gaat daarbij niet alleen om microscopisch kleine organismen. Elk jaar worden ook honderden nieuwe gewervelde dieren beschreven, waaronder vissen, amfibieën en reptielen. Nog nooit in de geschiedenis werden er per jaar zoveel nieuwe soorten vastgelegd.
Ontdekken sneller dan uitsterven
Een opvallend en hoopgevend detail uit het onderzoek is dat het tempo van ontdekking hoger ligt dan het tempo van uitsterven. Volgens de berekeningen verdwijnen er wereldwijd ongeveer tien soorten per jaar.
“Dat betekent natuurlijk niet dat biodiversiteitsverlies geen probleem is,” benadrukt Wiens. “Maar het laat wel zien dat onze kennis van het leven op aarde nog steeds sneller groeit dan het aantal soorten dat we verliezen.”
Hoeveel soorten zijn er echt?
De grote vraag blijft: hoeveel soorten leven er eigenlijk op aarde? Daarop is nog altijd geen definitief antwoord. Momenteel kennen we ongeveer 2,5 miljoen soorten. Maar schattingen lopen uiteen van tientallen miljoenen tot zelfs enkele miljarden.
Voor specifieke groepen zijn de verschillen groot. Zo vermoedt het team dat er mogelijk 115.000 vissoorten bestaan, terwijl er nu ongeveer 42.000 beschreven zijn. Bij amfibieën ligt de schatting rond de 41.000 soorten, tegenover zo’n 9.000 bekende. Het uiteindelijke aantal plantensoorten zou zelfs boven de 500.000 kunnen uitkomen.
De rol van nieuwe technologie
Een belangrijke reden voor de stijgende aantallen is de vooruitgang in onderzoekstechnieken. Moderne DNA- en moleculaire analyses maken het mogelijk om zogenoemde ‘verborgen soorten’ te herkennen: organismen die er uiterlijk hetzelfde uitzien, maar genetisch duidelijk verschillen.
“Naarmate deze technieken verbeteren, zullen we steeds meer nieuwe soorten ontdekken,” aldus Wiens. “Vooral bij bacteriën en schimmels ligt nog een enorme, grotendeels onontdekte wereld.”
Meer dan alleen kennis
Het ontdekken van nieuwe soorten is niet alleen wetenschappelijk interessant. Veel organismen produceren stoffen die potentieel nuttig zijn voor medicijnen, landbouw of industrie. Nieuwe soorten kunnen dus ook bijdragen aan betere menselijke gezondheid en nieuwe oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen.
De conclusie is duidelijk: ondanks eeuwen van onderzoek staan we nog maar aan het begin van het begrijpen van de biodiversiteit op onze planeet. En voorlopig raken wetenschappers niet uitgekeken.
